Als je uiterlijk een strijd wordt

Wat je aandacht geeft dat groeit. Zo werkt dat ook met de manosfeer. Dat is volgens AI een verzamelnaam voor online gemeenschappen waarin extremere vormen van mannelijkheid centraal staan. Hoe verhoudt dat zich met de LHBTQIA+ gemeenschappen vraag ik me af. Waar je geboren wordt, hoe je geboren wordt, welke genen pakketten je meekrijgt van je voorouders…al deze bouwstenen in het ontwikkelingsproces van hersenen en lichaam doen mee. Hoe je uiteindelijk tot uiting komt, is dus grotendeels al voor je bepaald. Hoe is de manosfeer uiteindelijk bepaald? En waarvoor is het een oplossing? Waar verlangen deze gemeenschappen (niet) naar? Dat lijkt me een interessante discussie.

In de spreekkamer hoor ik onzekere jongeren die zichzelf pijnigen om er mooier uit te zien. Zij hebben een ideaalbeeld ontwikkeld waar zij nooit aan kunnen voldoen. Deze jongeren zijn vaak hartstikke leuke mensen om te zien. Maar zij zijn daar zelf niet zeker van. In hun hoofd zien ze zichzelf echt als afwijkend of lelijk. Het heeft dan ook geen zin om hen te overtuigen. Het zichzelf pijnigen om mooi gevonden te worden is vaak een oplossing voor een diep verlangen en zoektocht naar identiteit en verbinding. Soms gaat het ook over pijnlijke gevoelens die alleen te dragen zijn door de toediening van pijn. Helaas biedt geen van dit alles het gewenste resultaat en komen jongeren in de knel.

In de natuur zijn er ondergrondse schimmelnetwerken die voedingsstoffen transporteren. Planten kunnen elkaar een handje toesteken wanneer zij noodsignalen uitzenden. Met andere woorden, bij mensen werkt dit ook zo. Je kunt het nooit alleen oplossen. Je hebt anderen altijd nodig. Het gaat erom hoe je een samenwerking aan gaat als je er zelf niet uit komt. En hoe je je kunt en wilt verhouden tot een gemeenschap. En dat alles is niet alleen een keuze maar ook voor een groot deel genetisch al bepaald is.

Heb je vragen over je uiterlijk en kom je daar niet goed uit? Dan kan het mogelijk helpen om eens de focus te verleggen. Vragen die helpend kunnen zijn: “hoe ga je om met anderen en hoe gaan anderen om met jou? Wat deden je voorouders? Wat vind je prettig in een samenwerking en wat niet?” 

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *